naar de inhoud
Terug naar home

Onderwijslogistiek

Doorpakken op digitalisering

Onderwijslogistiek in het MBO

De samenleving en de politiek stellen nieuwe eisen aan het onderwijs van nu. Dat geldt voor het onderwijs voor reguliere mbo-studenten, maar zeker ook voor het onderwijs voor werkenden en werkzoekenden, in het kader van een leven lang ontwikkelen (LLO). Daarnaast heeft het MBO de maatschappelijke opdracht om voor álle studenten gelijke kansen te creëren, zodat dat er meer aandacht komt voor hun individuele behoeftes en leerpaden. Deze ontwikkelingen vragen om onderwijs op maat waarin de student centraal staat en om een andere governance. Wendbaarheid, innovatie, schaalbaarheid, flexibele onderwijs en een goede onderwijslogistiek zijn daarbij onmisbaar. Kortom, er is werk aan de winkel voor bestuurders, managers, docenten en ondersteuners van de instellingen.

We staan voor de enorme uitdaging om de flexibilisering van het onderwijs te faciliteren en vorm te geven. Het programma Onderwijslogistiek van saMBO-ICT en Kennisnet speelt daarop in, bijvoorbeeld met het netwerk Onderwijslogistiek. Daarnaast heeft het thema Onderwijslogistiek een belangrijke plek gekregen in het programma Doorpakken op digitalisering. Deze website geeft een inkijkje in de ontwikkelingen en activiteiten op het gebied van onderwijslogistiek in het mbo.

Definitie onderwijslogistiek

Het netwerk Onderwijslogistiek van saMBO-ICT en Kennisnet hanteert de volgende definitie van onderwijslogistiek:

Onderwijslogistiek is het op een passende en effectieve manier bij elkaar brengen van de leervraag van de student en het leeraanbod van de mbo-instelling. De instelling moet daarbij een balans vinden tussen:

  • studeerbaarheid
  • doceerbaarheid
  • organiseerbaarheid
  • betaalbaarheid

Urgentie onderwijslogistiek

Om voorbereid te zijn op de toekomst moet het mbo-onderwijs de transitie naar flexibel onderwijs maken. Onderwijslogistiek speelt daarbij een grote rol. Daarom is het thema onderwijslogistiek de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden in het mbo. Het netwerk Onderwijslogistiek in het mbo heeft laten zien dat de behoefte om kennis te delen en te ontwikkelen groot is. Maar ook bij bestuurders leeft onderwijslogistiek steeds meer. Of zoals een bestuurder het onlangs verwoordde: “We zijn nu vijftien jaar aan het flexibiliseren, maar we zijn nog maar heel weinig opgeschoten. Het wordt nu tijd om door te pakken.”

Daarbij moet de aandacht vooral uitgaan naar:

Studenten melden zich met verschillende bagage aan, leven in verschillende contexten, hebben verschillende interesses, willen op verschillende momenten instappen en in eigen tempo en naar eigen inzicht studeren. Voor al die studenten moeten we gelijke kansen bieden.

De vele mogelijkheden van digitalisering maken het opportuun om nu stappen te gaan zetten. Bijvoorbeeld als het gaat om het integreren van bestaande digitale oplossingen, maar zeker ook om de ontwikkeling van nieuwe systemen rondom administratie en registratie, planning en roostering, learning analytics en het ondersteunen van onlineonderwijs. Door de digitalisering kunnen we het onderwijs innoveren en aansluiten bij de behoefte van studenten, de arbeidsmarkt, de overheid en de maatschappij als geheel.

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt volgen elkaar steeds sneller op. Duurzaamheid en de circulaire economie worden leidend. Dat vraagt om nieuwe vaardigheden en inzichten en dat vraagt om nieuwe oplossingen voor problemen. Er ontstaat behoefte aan schaalbaarheid en wendbaarheid van de organisatie en deze combinatie heeft belangrijke impact op de variabelen tijd en complexiteit binnen de onderwijslogistiek. De omschakeling naar nieuwe vaardigheden en nieuwe beroepen levert veel nieuwe uitdagingen en kansen op. Enkele voorbeelden:

  • door de energietransitie is er veel vraag naar nieuw opgeleide installateurs, bijvoorbeeld voor de installatie van warmtepompen en zonnepanelen;
  • de transitie van fysieke beroepen naar regieberoepen, bijvoorbeeld van data entry naar procescontrol;
  • de inzet van robotica in de zorg.

In het kader van LLO bieden steeds meer en nieuwe doelgroepen zich aan bij mbo-instellingen. In het overzicht van de diverse persona’s in bijlage 1 zijn deze in beeld gebracht. Het is de vraag of een instelling deze nieuwe doelgroepen wil bedienen of dat zij zich wil blijven richten op de reguliere student. Dit wordt een steeds prangender vraag, zeker ook met de nieuwe STAP-regeling op komst.

Met de STAP-regeling (stimulering arbeidsmarktpositie) kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een STAP-budget voor scholing en ontwikkeling van maximaal € 1000 aanvragen. Zij kunnen deze subsidie gebruiken om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Naar verwachting is deze STAP-regeling een grote stimulans voor LLO. Kijk voor meer informatie over het STAP-budget op de site van de Rijksoverheid.

Wat vraagt flexibel onderwijs van de instellingen?

De transitie naar flexibel onderwijs vraagt veel van de instellingen, zoals:

  • meer persoonlijke administratie en registratie, optimale roostering en planning of zelf roosteren en plannen. Instellingen hebben dan ook behoefte aan nieuwe technieken en systemen om de flexibilisering en modularisering vorm te geven. Zo implementeert momenteel een groep instellingen min of meer gezamenlijk een nieuw studentinformatiesysteem. Ook wordt de roep steeds luider om naast Centraal Aanmelden (CAMBO) verder te kijken naar centrale oplossingen, zoals centraal afhandelen of centrale kernregistratie. Het is noodzakelijk om systemen meer samen te laten werken, zowel binnen instellingen als daarbuiten.
  • meer differentiatie en personalisering van het onderwijs.
  • Een bredere opvatting over onderwijslogistiek, het gaat al lang niet meer alleen over plannen en roosteren, maar over de gehele inrichting van de onderwijsorganisatie. Onderwijslogistiek is een vak geworden, functies in dit vakgebied ontwikkelen zich en er worden steeds meer leidinggevenden en medewerkers onderwijslogistiek aangesteld.
  • een passend en aansprekend flexibiliseringscenario. Die behoefte vertaalt zich ook naar aspecten van beleid en strategie van de organisatie. Bestuurders denken na over nieuwe visies en over hoe in te spelen op de ontwikkelingen en welke scenario’s daarbij horen.

Voor de student zijn we één mbo

Je moet eerst standaardiseren voor je kunt flexibiliseren, is een gevleugelde uitspraak. Dat geldt zeker ook voor het mbo, dat studenten de mogelijkheid wil bieden om over instellingen heen onderwijs te volgen. Daarvoor is verregaande samenwerking van belang. Instellingen moeten standaarden implementeren en afspraken maken over maatvoering, waardering en erkenning van met goed gevolg afgesloten modules (microcredentials), vormen van administratie, registratie en monitoring (centraal aanmelden, kernregistratie, Eigen Dossier) en planning, roostering en leereenheden. Hier speelt dus de één-mbo-gedachte: instellingen die samen een aanpak maken voor een optimale flexibilisering van het onderwijs voor de student.

Kernelementen van onderwijslogistiek

Met onderwijslogistiek richten we de processen zo in, dat de leervraag van de mbo-student en het leeraanbod van de mbo-instelling bij elkaar komen. Daarbij:

• leveren we een passende route voor elke student en komen we zoveel mogelijk tegemoet aan de leervraag (wens) van de student;
• doen we recht aan verschillen tussen studenten (massamaatwerk, open en inclusief, van entree tot niveau vijf);
• doen we recht aan de inzetbare kwaliteit van de docent;
• voeren we de onderwijsprocessen effectief en efficiënt (lean, operational excellence) en in samenhang uit (ketendenken);
• zoeken we de balans tussen wat de student wil en de betaalbaarheid.

In 2013 formuleerde Avans Hogeschool vier kernelementen van onderwijslogistiek: studeerbaarheid, doceerbaarheid, organiseerbaarheid en betaalbaarheid. Deze vier elementen zijn daarna in diverse publicaties van SURF aangehaald en overgenomen en verder uitgewerkt in het mbo.

Studeerbaarheid gaat over passende leerroutes en recht doen aan de verschillen tussen studenten. Er is dan ook behoefte aan verschillende werk- en toetsvormen in een periode/leerjaar. Overzicht, inzicht en vooruitzicht op de studievoortgang en resultaten zijn daarbij cruciaal. Dit vraagt om:

  • gelijkmatigheid in contacturen en studentbestedingsuren in een periode;
  • regelmaat in het onderwijsrooster;
  • een stabiel onderwijsrooster met een beperkt aantal mutaties;
  • transparantie: eenduidigheid in benamingen in het studievolgsysteem;
  • beschikbaarheid van een roosterapplicatie en studievolgsysteem.

Doceerbaarheid gaat over recht doen aan de kwaliteiten en capaciteiten van individuele docenten en het docentencorps als geheel, inclusief wet- en regelgeving. Dit vraagt om:

  • een onderliggend transparant taaklastmodel met een reële urenvergoeding;
  • gelijkmatigheid tussen contacturen en docentbestedingsuren per periode/binnen een periode;
  • een balans tussen contacturen, toetstijd en overige taken gedurende het studiejaar en binnen een periode;
  • een balans tussen activiteiten op basis van reeds verkregen ervaring en nieuwe activiteiten;
  • transparantie: eenduidigheid in benamingen in het studievolgsysteem, de roosterapplicatie en de planning tooling.

Organiseerbaarheid gaat over het effectief en efficiënt organiseren van flexibel onderwijs. Daarvoor is het nodig dat:

  • het voorgenomen onderwijs én de toetsing uitvoerbaar en roosterbaar zijn. Dit wil zeggen: gebaseerd op beschikbaarheid en het efficiënt gebruikmaken van resources;
  • de onderwijsactiviteiten binnen een onderwijseenheid in beperkte mate van volgtijdelijk aard zijn.

Natuurlijk moeten we ook de betaalbaarheid in het oog houden, want het moet uiteindelijk wel te betalen zijn voor de instellingen. Daarom is het belangrijk dat het voorgenomen onderwijs qua budget binnen de door de directie bepaalde financiële kaders past (het aantal docentbestedingsuren per student per blok).

Het programma Onderwijslogistiek in het mbo

In de afgelopen jaren heeft saMBO-ICT in nauwe samenwerking met Kennisnet een programma Onderwijslogistiek opgezet. Het netwerk Onderwijslogistiek is daar een belangrijk resultaat van. Er is veel behoefte bij mbo-instellingen om kennis en ervaringen op dit relatief nieuwe terrein te delen en het netwerk is daar bij uitstek de plaats voor.

Binnen het netwerk Onderwijslogistiek zien we drie trends:

  • Er is veel behoefte aan het uitwisselen van praktijkvoorbeelden. Heel veel instellingen zijn bezig met experimenten, pilots en het ontwerpen van nieuwe vormen van flexibel onderwijs. Zij willen graag horen en zien hoe andere instellingen dat aanpakken. Van en met elkaar leren is het adagio. Wat dat betreft is de cultuur binnen het mbo er een van een grote mate van bereidheid tot samenwerken en delen.
  • De digitale werkomgeving rondom onderwijslogistiek, het applicatielandschap en de achterliggende architectuur houdt de medewerkers in de instellingen erg bezig. Er is vooral behoefte aan koppelingen tussen de diverse applicaties, om een adequate gegevensuitwisseling mogelijk te maken. De MORA helpt hier enorm bij en is dan ook vaak onderwerp van gesprek en overdenking.
  • Nieuwe functies op het gebied van onderwijslogistiek. In het begin bestonden de deelnemers aan het netwerk vooral uit roostermakers, planners en informatiemanagers. Daar komen steeds meer deelnemers bij die specifieke taken op het gebied van onderwijslogistiek hebben, zoals hoofden onderwijslogistiek en onderwijsarrangeurs. Kortom, er is sprake van de ontwikkeling van een vakgebied.

Naast het netwerk zijn de leergangen van grote waarde gebleken. De leergang onderwijslogistiek is voor stafmedewerkers en onderwijsmanagers. Daarnaast is er een Masterclass Onderwijslogistiek voor bestuurders en directeuren. Aankomend schooljaar organiseren we bij voldoende belangstelling weer leergangen. Opgeven kan alvast via info@sambo-ict.nl.

We werken in het netwerk ook met experts en andere organisaties aan het ontwikkelen van handreikingen of vormen van tooling rondom onderwijslogistiek. Daarmee ondersteunen we mbo-instellingen bij het aanpassen van hun logistieke processen en het in beeld brengen van wat nodig is om te komen tot onderwijsinnovaties en flexibel onderwijs. Daar is het referentiemodel Onderwijslogistiek een mooi voorbeeld van.

Het referentiemodel Onderwijslogistiek

Met behulp van expertise uit de instellingen en externe organisaties is het referentiemodel Onderwijslogistiek voor het mbo ontwikkeld. Dit model geeft inzicht in de processen rondom onderwijslogistiek langs de lijnen van het waartoe (de bestuurlijke kant), het waarbinnen (de kaders), het wat (het onderwijsontwerp) en het hoe (de onderwijsuitvoering). Het brengt daarbij de verschillende werelden van waaruit gewerkt en gedacht wordt over onderwijslogistiek bij elkaar: de student, de onderwijsondersteuning en het onderwijs zelf. Het blijkt nog niet zo vanzelfsprekend maar wel heel noodzakelijk dat al deze drie werelden bij elkaar gebracht worden, om onderwijsinnovaties en flexibilisering van het onderwijs op een goede manier tot stand te brengen. Het referentiemodel helpt om het gesprek daarover in een multidisciplinaire setting op gang te brengen.

Hieronder volgen enkele voorbeelden van hoe het referentiemodel in de praktijk is gebruikt.

Bij Albeda is het referentiemodel ingezet om het nieuwe onderwijsontwerp voor de opleiding Luchtvaartdienstverlening op Rotterdam The Hague Airport te toetsen. Collega’s met diverse specialismen doordachten op basis van het model de impact van nieuw onderwijs. Doorzien we alles? Wat zijn issues in de onderwijslogistieke keten? Wie moet waar over gaan en wie moet wat doen? De sessie met het referentiemodel leverde huiswerk op voor veel betrokkenen en stimuleerde de integrale aanpak.

Onderwijslogistiek en Doorpakken op digitalisering

Onderwijslogistiek heeft in het programma Doorpakken op digitalisering een prominente plek gekregen. Veel ontwikkelingen staan of vallen bij een goede onderwijslogistiek, zeker als het gaat om flexibilisering van het onderwijs. Maar wat is dan een goede onderwijslogistiek en hoe pas je die toe?
Vragen die centraal staan in het team Onderwijslogistiek van Doorpakken op digitalisering. Dit team is op basis van een uitvoerige analyse rond onderwijslogistiek in het mbo (Kennisnet 2019) aan de slag gegaan.

Uit die analyse bleken de volgende aspecten van belang voor een goede onderwijslogistiek:

  • Ontwikkelen van nieuwe scenario’s voor flexibilisering. Daarbij gaat het om het vinden van de juiste balans tussen de student en zijn mogelijkheden en wensen enerzijds en de mogelijkheden, visie en wensen van de mbo-instelling anderzijds. Wat kan en wil de instelling de student beloven? Onderwijslogistiek moet de middelen aanreiken om de scenario’s te realiseren.
  • Bepalen welke variabelen in de onderwijslogistieke context je op instellingsniveau kunt hanteren en beïnvloeden en wat hun onderlinge afhankelijkheden zijn. Daar goed zicht op krijgen is een onderwijslogistieke uitdaging van jewelste. Maar het is wel essentieel om de instelling goed te kunnen besturen.
  • Realiseren van een set aan randvoorwaarden die nodig zijn om die variabelen te kunnen beïnvloeden. ICT, architectuur en standaardisatie zijn daarbij cruciaal. De studentadministratie, leermanagementsystemen, roostering en planning moeten allemaal goed op orde zijn om de processen optimaal te kunnen ondersteunen. En systemen moeten in voldoende mate met elkaar communiceren. Overleg tussen leveranciers en gebruikersgroepen is daarom van groot belang.
  • Verantwoord implementeren van de noodzakelijke veranderingen binnen de instelling, waarbij voldoende aandacht is voor verandermanagement. Dit is een hoofdstuk op zich, waarvoor we graag verwijzen naar de relevante theorieën en praktische voorbeelden voor verandermanagement in het onderwijs.

Het team Onderwijslogistiek heeft een bollenplaatmodel ontwikkeld waarin vier scenario’s met de verschillende variabelen zijn uitgewerkt. Bij het model is een impactanalyse en een beschrijving toegevoegd, waardoor instellingen met dit model aan de slag kunnen om de organiseerbaarheid van de verschillende flexibele scenario’s binnen de eigen instelling in kaart te brengen. De publicatie ‘Flexibel mbo, een impactanalyse van flexibele studentroutes op de onderwijslogistiek in het mbo’ is eind september 2021 op de 44e saMBO-ICT conferentie gepresenteerd.
Bij de publicatie is een begeleidende PowerPoint presentatie beschikbaar die instellingen kunnen gebruiken.

Het team Onderwijslogistiek heeft een bollenplaatmodel ontwikkeld waarin vier scenario’s met de verschillende variabelen zijn uitgewerkt. Bij het model is een impactanalyse en een beschrijving toegevoegd, waardoor instellingen met dit model aan de slag kunnen om de organiseerbaarheid van de verschillende flexibele scenario’s binnen de eigen instelling in kaart te brengen. De publicatie ‘Flexibel mbo, een impactanalyse van flexibele studentroutes op de onderwijslogistiek in het mbo’ is eind september 2021 op de 44e saMBO-ICT conferentie gepresenteerd.

Bij de publicatie is een begeleidende PowerPoint presentatie beschikbaar die instellingen kunnen gebruiken.

Voorbeeld van een bollenplaat in het kader van het scenario ‘Configuratie kiezen’:

Vervolgstappen

Na het opleveren van de impactanalyse zal de feedback vanuit de instelligen en van externe deskundigen verwerkt worden in een versie 1.1. Het is dan de bedoeling om te kijken wat er nog nodig is aan tooling en of handreikingen om het gesprek in de instellingen op gang te brengen en de veranderingen richting meer flexibel onderwijs te faciliteren. Eind 2021 moet daar een concreet beeld van zijn gemaakt waaraan in het kader in de Doorpakken op digitalisering in 2022 verder gewerkt kan gaan worden. Op deze website wordt u op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en vorderingen.

Opgeleverde producten

De verbinding met andere thema’s en ontwikkelingen

Onderwijslogistiek is allang geen op zichzelf staand issue meer. Vanuit Doorpakken op digitalisering blijkt ook steeds meer en meer het belang van de samenhang met andere thema’s en ontwikkelingen zoals LLO. Om LLO te kunnen faciliteren is het van cruciaal belang dat de onderwijslogistiek wordt aangepast om de bij LLO benodigde flexibilisering van het onderwijs mogelijk te maken. Daarbij is ook de ontwikkeling van het Eigen Dossier voor de student een fundamentele randvoorwaarde, evenals de ontwikkeling en implementatie van het concept van de microcredentials.

Het ontwikkelen van een nieuwe referentiearchitectuur voor het mbo, de MORA, is een belangrijke ontwikkeling om standaardisatie en procesbeheersing mogelijk te maken. Dit kan de onderwijslogistiek heel erg helpen om grip te houden op de enorme toename aan variatie. Standaardisatie is voorwaarde om te kunnen flexibiliseren. Er is dus grote noodzaak om de verbinding met een aantal aanpalende aspecten en ontwikkelingen goed in beeld te brengen. Hieronder volgt een overzicht van enkele aspecten die van belang zijn:

Welke nieuwe doelgroepen dienen zich aan in het mbo en op welke wijze kunnen we die bedienen? De bij LLO ontwikkelde persona’s vormen de toetssteen voor het bollenplatenmodel, dat ontwikkeld is om inzicht te krijgen in de diverse elementen van onderwijslogistiek zoals betaalbaarheid, studeerbaarheid, doceerbaarheid en organiseerbaarheid. Een andere belangrijke ontwikkeling is de beschikbaarstelling van het STAP-budget door de overheid vanaf 2022.

Als je naar meer flexibel en gepersonaliseerd onderwijs wil, moet de registratie daarvan uiteindelijk ook deels in handen komen van de student zelf. Zeker als onderwijs over instellingen heen gaat of als er sprake is van LLO. Daarom is de ontwikkeling van het Eigen Dossier een randvoorwaarde om dit op termijn ook goed te kunnen faciliteren vanuit de onderwijslogistiek. Binnen Doorpakken op digitalisering wordt hard gewerkt aan de totstandkoming van een dergelijk dossier. We verwijzen hiervoor naar de website van het thema.

Op het gebied van onderwijslogistiek speelt de onderwijsarchitectuur een belangrijke rol. Voor het mbo maken we gebruik van de MORA. Deze architectuur maakt zichtbaar op welke domeinen onderwijslogistiek invloed heeft. Het hoofdproces- en het informatiemodel geven inzicht in de procesketens en de bedrijfsobjecten. Het uitgewerkte procesmodel voor onderwijslogistiek geeft inzicht in de onderwijslogistieke hoofdprocessen, bedrijfsvoeringprocessen en relaties.

De ontwikkeling van microcredentials staat intussen hoog op de agenda. Met microcredentials wordt de toekenning van een formele zelfstandige waarde aan een beperkte onderwijseenheid mogelijk gemaakt. In samenwerking met het hoger onderwijs werken we aan heldere definities rondom maatvoering (bijvoorbeeld hoeveel studietijd daarbij hoort), erkenning (door wie worden de microcredentials erkend, nationaal of ook op Europees niveau) en de relatie tot huidige vormen van certificering en waardering (diploma’s, certificaten). Ook de manier van toekennen, opslaan, bewaren, en raadplegen zijn in ontwikkeling. SURF heeft recent Edubadges gelanceerd, een platform waarop badges en microcredentials kunnen worden uitgegeven, bewaard en geraadpleegd. Het mbo participeert daarin met een aantal pilots die in het najaar 2021 worden geëvalueerd. Dan moet ook duidelijk worden, aan de hand van een position paper die in november 2021 gepresenteerd wordt, hoe het mbo met badges en microcredentials wil omgaan.

In het hoger onderwijs loopt sinds 2019 een Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT. Het doel daarvan is om binnen de eigen instelling en in samenwerking met andere universiteiten en hogescholen substantiële stappen te zetten op het gebied van digitalisering in het hoger onderwijs. De drie ambities zijn:

  1. aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren;
  2. flexibilisering van het onderwijs stimuleren;
  3. slimmer en beter leren met technologie.

Een van de acht thema’s, ook wel zone’s genoemd, is de zone Flexibilisering. Daarin werken intussen achttien ho-instellingen samen om de flexibilisering in het ho naar een hoger plan te tillen. Gebaseerd op de beschrijving van een viertal scenario’s (die het mbo dus heeft overgenomen) worden diverse experimenten uitgevoerd en de resultaten daarvan besproken en gedeeld. In het najaar starten enkele nieuwe pilots om weer een stap te zetten in de implementatie van de verschillende flexibele scenario’s. Ook houdt het kernteam van de zone Flexibilisering zich bezig met beleid en afspraken rondom de inzet van microcredentials, een essentiële voorwaarde om te komen tot meer flexibel onderwijs.

De Vrije Universiteit Amsterdam heeft het afgelopen jaar een impactanalyse gemaakt van de vier flexibele studentroutes op de onderwijslogistiek. Deze analyse heeft model gestaan voor de impactanalyse die het mbo heeft gemaakt in het kader van Doorpakken op digitalisering.

Ook in het vo spelen ontwikkelingen rondom flexibilisering en personalisering. Maatwerk is daarbij de leidende term. In het kader van het programma ‘Voortgezet leren’ zijn veel experimenten rondom onderwijsinnovaties in het vo opgezet en uitgevoerd Hier wordt veel kennis over gedeeld en uitgewisseld. De coronacrisis heeft een belangrijke versnelling gegeven aan de inzet van onlineonderwijs om te kunnen flexibiliseren en personaliseren. In het nieuwe schooljaar start een innovatiegroep vanuit de VO-raad die vooral gaat kijken naar enkele aspecten om te komen tot meer flexibilisering van het voortgezet onderwijs zoals:

  1. didactische aanpak;
    1. rol docent, competentie, nieuwe lesopbouw;
    1. het afnemen van toetsen.

In het netwerk Zo.leer.ik! worden ervaringen gedeeld en werken scholen samen. Ook worden hierin instrumenten ontwikkeld om de verdere personalisering van het voortgezet onderwijs te kunnen ondersteunen.

Praktijkvoorbeelden

Alweer enige tijd geleden is een eerste artikel gemaakt op basis van een viertal praktijkvoorbeelden van flexibilisering in het onderwijs. Uit dat artikel Onderwijslogistiek in het mbo, lessen uit de praktijk kwamen enkele belangrijke conclusies naar voren. Niet geheel onverwacht blijkt dat er niet één manier is om zo’n veranderproces aan te pakken en dat het sterk contextafhankelijk is. Maar er zijn wel enkele overeenkomsten die houvast kunnen bieden. Deze overeenkomsten kunnen we samenvatten in vier elementen die cruciaal zijn voor het succesvol implementeren van onderwijsinnovaties:

  • het hebben van een visie op onderwijslogistiek;
  • samenwerking tussen onderwijs en ondersteuning bij de implementatie;
  • een bewuste keuze voor de inzet van technologie;
  • onderkennen van het belang van verandermanagement en ketenbewustzijn.

De beschreven cases in de publicatie zijn voorbeelden van een eerste aanpak om tot flexibilisering en personalisering in het mbo te komen. Soms gaat het nog te veel om het verbeteren van plannen en roosteren. Doorontwikkeling van de onderwijslogistiek moet handvatten bieden om dit beeld te veranderen.

In de presentaties van nieuwe innovaties die de afgelopen jaren in het netwerk Onderwijslogistiek in het mbo zijn langsgekomen zie je al hele duidelijke trekken van die doorontwikkeling van de onderwijslogistiek.

Bij de ICT-opleidingen van het Alfa College zijn drie kwalificatiedossiers in de ICT-opleidingen samengebracht in een nieuwe flexibele aanpak. De opleidingen zijn verdeeld in thema’s die weer onderverdeeld zijn in onderdelen (vakken). Deze vakken zijn in de leeromgeving (It’s learning) aangebracht zodat de student daarop kan plannen en kiezen. Een overall plan over de studiejaren is beschikbaar. De overlap in de kwalificatie dossiers zijn allemaal in het eerste leerjaar gepland. Aan het eind van elk vak wordt getoetst en kan de student een Alfa Credit (AC) krijgen en zo het diploma opbouwen. Een zeer flexibele aanpak met veel overeenkomsten met de hierboven geschetste ontwikkelingen (flexibele studentroutes, microcredentials).

Belangrijke leerpunten voor de teams in de afgelopen periode waren:

  • het is belangrijk dat iedereen de gemaakte afspraken nakomt;
  • goede coaching van de studenten wordt steeds belangrijker;
  • goede registratie van planning en voortgang is cruciaal.

Meer informatie is te vinden in de presentatie die Andre Pape in juni 2021 bij het netwerk Onderwijslogistiek heeft gegeven.

In de presentatie van het DaVinci College over flexibilisering van het onderwijs aan de hand van de MORA, viel vooral de term ‘roosterloos roosteren’ op. Bij de implementatie van Osiris neemt men de kans waar om het onderwijs geheel anders in te richten. Dit nieuwe studentinformatiesysteem is sterk studentgericht en kent een procesmatige inrichting. Daarom is vanuit het procesmodel Onderwijslogistiek van de MORA gekeken naar een herstructurering van het onderwijs in cursussen. Eerst organiseren en dan pas automatiseren was hierbij de leidraad. De onderwijscatalogus is van cruciaal belang, beschikbaar op de website en gevuld in Osiris. Daarmee gaan teams aan de slag om de werkverdeling te maken en de examencommissie om de examens te plannen. Begeleiding van de student bij het hele onderwijsproces wordt heel belangrijk. En zo komt de mogelijkheid van roostervrij roosteren in beeld. Het komende schooljaar gaat het DaVinci College hiermee experimenteren.

Meer informatie vind je in de presentatie die Johan van der Steen in juni 2021 hield bij het netwerk Onderwijslogistiek.

Meer weten?

Wil je meer weten van een van de aspecten van Onderwijslogistiek? Neem contact op met het team Onderwijslogistiek van saMBO-ICT. Benieuwd naar de teamleden van het thema in het programma Doorpakken op digitalisering, bekijk dan de pagina op de saMBO-ICT website.

Het formulier is succesvol verzonden. Er wordt zo snel als mogelijk contact met je opgenomen.

Er is iets fout gegaan, probeer het later nog eens