naar de inhoud
Terug naar home

Leven lang ontwikkelen

Doorpakken op digitalisering

Waarom een leven lang ontwikkelen?

De ondersteuning van een leven lang ontwikkelen (LLO) voor starters, herstarters en doorstarters (werkenden en werkzoekenden) is een belangrijke ambitie en hoort bij de publieke opdracht van het mbo. Dat vraagt dat mbo-instellingen zichzelf (nog meer) ontwikkelen van een school waar studenten een opleiding volgen richting een startkwalificatie, naar een instelling die het leren faciliteert voor mensen van alle leeftijden. Daarvoor is een sterke flexibilisering van het onderwijsaanbod en de onderwijsorganisatie nodig. Een diplomaroute zal niet altijd het gewenste antwoord zijn op leervragen. Met LLO bouwt de student een dossier op, waarin naast de startkwalificatie, certificaten en andere waardedocumenten worden toegevoegd.

Om te kunnen flexibiliseren zijn er basisafspraken nodig over de maatvoering (niet de inhoud) waarin we onderwijs aanbieden. Standaardisatie maakt gepersonaliseerd en modulair onderwijs mogelijk.

Team LLO heeft binnen het programma Doorpakken op digitalisering de opdracht gekregen om binnen de kaders van de kwalificatiestructuur een antwoord te formuleren op leervragen van werkenden en werkzoekenden. Daarbij concretiseren we het beeld dat we hebben van LLO: gepersonaliseerd en modulair onderwijs. Ook brengen we leervragen in kaart door middel van persona’s, onderzoeken we de impact op processen binnen de school en verkennen we onderliggende grondbeginselen.

De MORA, de referentiearchitectuur voor het mbo, is ontwikkeld door en voor instellingen in het mbo. Deze architectuur dient als basis om de leervragen te kunnen beantwoorden. De ontwikkeling van de MORA is daarom een belangrijk onderdeel van het thema LLO.

Definitie van gepersonaliseerd onderwijs

Wat maakt onderwijs voor een LLO-student zo anders dan voor een student in het initiële onderwijs? Een student uit het initiële onderwijs wil leren voor een diploma om een startkwalificatie (drievoudige kwalificatie) te halen en zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Een LLO-student is een werkende of werkzoekende die specifieke onderdelen wil leren, maar geen behoefte heeft aan AVO of het vak Burgerschap. De LLO-student wil zich verbeteren op een bepaald gebied of aanvullende kennis en vaardigheden opdoen.

De arbeidsmarkt verandert snel. Beroepen veranderen en er ontstaan nieuwe beroepen en banen. Om als werkende aansluiting te blijven houden, moet je jezelf ontwikkelen en scholen. En als werkzoekende moet je nieuwe kennis en vaardigheden opdoen. De LLO-student stelt ook  eisen aan het leertraject en wil bijvoorbeeld geen complete opleiding, maar een deel ervan volgen. Ook zal de LLO-student niet elk uur van de dag les kunnen volgen. Kortom, een LLO-student heeft een gepersonaliseerde vraag.

Een diploma heeft waarde op de arbeidsmarkt. Het is gebaseerd op de kwalificatiestructuur en wordt erkend. Maar ook een behaald leertraject (cursus, training, deel van een opleiding) moet erkenning krijgen. De LLO-student wil de mogelijkheid hebben om op verschillende momenten en bij verschillende instellingen delen van onderwijs te volgen die op elkaar aansluiten of elkaar aanvullen. Het mbo-onderwijs is vormgegeven binnen een kwalificatiestructuur. Ook voor de LLO-student willen we binnen deze herkenbare en betrouwbare structuur blijven. Zo kan de student vanaf de startkwalificatie doorbouwen en kennis uitbreiden binnen dezelfde structuur. Daarnaast zal de mbo-school het onderwijs flexibel aanbieden, zodat de gepersonaliseerde vraag zo goed mogelijk wordt ingevuld.

Wat heeft team LLO opgeleverd?

We hebben alle producten die we hebben toegezegd, opgeleverd. De referentiearchitectuur MORA is verder doorontwikkeld en wordt de komende periode uitgebreid en gedocumenteerd opgeleverd. Daarnaast zijn de waarden en grondbeginselen verkend en zijn er persona’s geformuleerd en uitgewerkt. Ook is de maatvoering van LLO-onderwijs binnen de huidige kwalificatiestructuur uitgewerkt. Tot slot hebben we veel werk verzet in het verkennen van de formats en maatvoering voor flexibel inzetbare modules (FIM’s). Door het inzetten van deze FIM’s en het erkennen van elkaars waardering, is het mogelijk om binnen de kaders van de kwalificatiestructuur een antwoord te formuleren op leervragen die niet gedekt worden door bestaande mogelijkheden. Daarmee is team LLO stevig op weg op de beoogde route.

Het volgende plaatje toont de opgeleverde producten van 2020 en de geplande acties voor 2021.

Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat het belangrijk is om de kernwaarden van LLO helder te hebben zodat we daaraan kunnen toetsen. Dat vroeg om een apart onderzoekje waarbij we het waardenkader van Kennisnet hebben gebruikt. Met de vraag welke kernwaarden voor LLO gelden zijn we het gesprek aangegaan. Zo kwamen we uit op een fundament van drie waarden: inclusiviteit, vertrouwen en keuzevrijheid. Onder inclusiviteit verstaan we ‘iedereen doet mee'. Vertrouwen is nodig om elkaars waarderingen te erkennen en zo ook voort te kunnen bouwen op het eerder geleerde. Met keuzevrijheid doelen we op ‘er is iets te kiezen, niet iedereen bewandelt hetzelfde pad'.

Voor meer uitwerking van deze waarden, klik hier.

Deze kernwaarden zijn vertaald in de grondbeginselen.

Wie is die LLO-student en wat wil hij of zij leren? Dé LLO-student bestaat niet. Een LLO-student heeft (meestal) al een diploma en wil iets bijleren. Bijvoorbeeld omdat het werk extra kennis of vaardigheden vraagt (bijscholing) of omdat de student als werkzoekende een andere richting op wil (omscholing). Of omdat de LLO-student zich wil verbeteren (opscholing, voorschakelen naar hogere opleiding). Om de leervragen in kaart te brengen hebben we een verzameling aangelegd en in overleg met het team Onderwijslogistiek een abstractie aangebracht. Daarmee komen we tot vijf persona’s die vervolgens in verhalen zijn uitgewerkt. Er is onderscheid gemaakt tussen de leervraag en de verzilvering in waardedocumenten. Denk daarbij aan een diploma, certificaat of andere erkende verklaring.

Een nadere beschrijving van de persona’s en de scholingsbehoefte volgt door op het plaatje te klikken.

Het feit dat producten probleemloos de hele wereld over kunnen worden gestuurd, is te danken aan de visie op flexibiliteit van de vervoerssector. De grootste uitvinding daarbij was die van de zeecontainer: een standaarddoos die stapelbaar is, waterdicht en waar je van alles in kunt stoppen. Om hem goed stapelbaar te maken is gekozen voor een strakke maatvoering. Hetzelfde geldt voor onderwijsmodules.

Onderwijsmodules, moeten ook voldoen aan een strakke maatvoering om LLO-onderwijs mogelijk te maken. Daarbij zijn twee factoren van belang: stapelbaarheid en uitwisselbaarheid van modules om die opleiding te volgen die op dat moment goed past, en blijvend vertrouwen in de kwaliteit om de behaalde waarderingen te kunnen meenemen in vervolgopleidingen.

In de zoektocht naar de beste maatvoering zijn we tot de conclusie gekomen dat de maatvoering voor keuzedelen zich goed leent voor flexibel inzetbare modules (FIM) ten behoeve van LLO.

De bestaande kwalificatiestructuur van een keuzedeel, waarbij een kwalificatie is opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen, geeft een scherpe definitie van wat een student heeft geleerd. Het sluit aan bij de definitie van bestaande opleidingen, waardoor het eenvoudiger is om op basis van behaalde waarderingen vrijstelling te krijgen. Om de stapelbaarheid te vergroten, stellen we voor om een paar extra labels toe te voegen: benodigde voorkennis, vorm en seizoen waarin de module wordt aangeboden. Daarnaast is het nodig om in de kwalificatie aan te geven in welk soort waardedocument het behaalde resultaat wordt verzilverd. Dat kunnen vele vormen zijn.

Bij de theoretisch kleinst mogelijke module zou de kwalificatie bestaan uit één kerntaak die is uitgewerkt in één werkproces. Het werkproces kan heel klein blijven. Dit is echter niet werkbaar. We moeten uitzoeken welke grootte het optimum is qua flexibiliteit, planbaarheid en kosten. Dit zijn praktische keuzes die we met de sector moeten maken om uitwisselbare modules te kunnen aanbieden. Willen we bijvoorbeeld modules van 40, 80, 240 of 320 studiebelastinguren? Het voorstel om de structuur van de keuzedelen te gebruiken, blijft ongewijzigd.

Klik op het plaatje voor een overzicht van de huidige maatvoering

Om de FIM te kunnen testen op bruikbaarheid zijn concrete leervragen uitgewerkt met toepassing van de FIM maatvoering. De FIM is daarbij ingezet naast de al bestaande keuzedelen.

Sandra is al enige jaren werkzaam als receptioniste, maar heeft hiervoor eigenlijk nooit een opleiding gevolgd. Omdat zij een opleiding heeft in detailhandel, zou zij graag een omscholingstraject volgen. In haar werkzaamheden als receptioniste en in haar eerdere opleiding heeft ze al veel kennis en kunde opgedaan. Daarom heeft zij een aantal specifieke onderdelen uit het kwalificatiedossier nodig. Sandra wil graag in een hotel werken als gastvrouw/receptioniste, het liefst in het buitenland bij een buitenlandse touroperator. Sandra is bekwaam in de meest voorkomende digitale systemen. Zij beheerst Nederlands in spraak en geschrift, maar haar Engels vraagt nog wat extra aandacht.

Zie verdere uitwerking van Sandra’s leervraag.

Malika is een immigrant. Zij heeft verpleegkunde gestudeerd in Zuid-Afrika, maar nog geen werkervaring opgedaan. In Nederland wil ze graag als verpleegkundige gaan werken. Haar buitenlandse diploma moet hier dus worden erkend. Malika heeft bijscholing nodig, zodat zij voldoet aan de wettelijke beroepsvereiste en ingeschreven kan worden in het BIG-register. Aangezien zij een universitaire opleiding heeft, hoeft zij slechts onderdelen van het kwalificatiedossier te halen.

Zie verdere uitwerking van Malika’s leervraag.

Logo is gemaakt door mbo-student Thimo Haaksman

De snel veranderende arbeidsmarkt en samenleving vragen om vernieuwing en verandering, ook binnen de mbo-sector. Samenwerking tussen scholen is daarvoor noodzakelijk; een school kan deze veranderingen niet alleen waarmaken. De referentiearchitectuur voor het mbo, de MORA, biedt een gemeenschappelijke structuur en taal om deze samenwerking mogelijk te maken. Ook biedt de MORA een basis om je eigen architectuur mee in te richten, zodat je als school optimaal blijft aansluiten op andere scholen.

In de MORA hebben we op hoofdlijnen beschreven hoe een mbo-school werkt. Welke processen lopen er allemaal binnen een school? Welk soort informatie gaat er van afdeling naar afdeling en welke functionaliteiten heb je nodig om dit allemaal te ondersteunen? De MORA schrijft niet voor hoe je dit allemaal organiseert, want dat verschilt van school tot school, maar geeft een generieke basis waarop gebouwd kan worden. Voor meer informatie, zie website of klik op het plaatje.

Er zitten veel voordelen aan het gebruik van een architectuur binnen je organisatie. Welke dat zijn en hoe je deze voordelen kunt benutten, hebben we beschreven, in dit ‘boekje’. Dit hebben we gedaan aan de hand van actuele onderwerpen die nu bij veel scholen spelen: van het op orde krijgen van je applicatielandschap tot het verbeteren van de student journey. Per onderwerp laten we zien hoe je de voordelen van het gebruik van de MORA kunt benutten en geven we de globale stappen aan die je daarbij kunt doorlopen. Het doel is om je op weg te helpen en de krachten tussen scholen te bundelen om van elkaar te leren. De stappen bieden haakjes om ervaringen met elkaar uit te wisselen.

Komend najaar organiseren we voor elk onderwerp een inloopsessie waarin we het stappenplan bespreken. Wie heeft welke stap al gezet en kan daar iets over vertellen of delen? Welke stappen kun je samen zetten?

Eind 2020 is het ‘spel met de bestuurders’ gespeeld. Op basis van de eerste versie van het hoofdprocesmodel van de MORA hebben bestuurders aangegeven in hoeverre samenwerking op diverse processen mogelijk is. Daaruit is een duidelijk beeld naar boven gekomen. Bestuurders zien kansen bij de processen Instroom, Examineren en Diplomeren.

Overzicht teamleden

Teamleden Leven Lang Ontwikkelen

Bestuurlijke trekker: Mirjam Koster, Graafschap College
Betrokken bestuurders: Talitha van der Els, Nova College, Jos van Deursen, Avantis
Aanvoerder: Eke Boesten, Clusius College
Verbinder: Frans van Neerbos

  • Imane Oulali – MBO Raad
  • Dora Woudstra – Surf
  • David Vermeulen – ROC Midden Nederland
  • Daisy Beelen – ROC Nova College
  • Carla Bloeme – Graafschap College
  • Catelijne Zandbergen – Clusius College
  • Piet Mathot – ROC van Amsterdam
  • Maarten Heinemann, NRTO
  • Anita Metzelaar – RPA-NHN
  • Lisa van der Pol – Deen

Meedenkers

  • Janneke Voltman – Sbb
  • Rini Romme – MBO Raad
  • Martijn Broekhuizen – Noorderpoort
  • Jaap-Jan Bakker – OC&W

Teamleden MORA

  • Carla Bloeme – Graafschap College
  • Leon Sprooten – Vista College
  • Elmar Zwankhuizen – ROC van Twente
  • Alexander Dortland – MBO Rijnland
  • Johan van der Steen – ROC Da Vinci College
  • Patrick de Klein – MBO Utrecht
  • David Vermeulen – ROC Midden Nederland
  • Frans Schröder – Vista College
  • Joel de Bruijn – Onderwijsgroep Tilburg
  • Jef van den Hurk – Koning Willem I College
  • Henry Jennen – Vista College
  • Rene Dol – Deltion College
  • Marie van Zanten – Alfa-college

Meer weten?

Neem contact op met het team Leven Lang Ontwikkelen van saMBO-ICT.

Het formulier is succesvol verzonden. Er wordt zo snel als mogelijk contact met je opgenomen.

Er is iets fout gegaan, probeer het later nog eens